Overslaan en naar de inhoud gaan Overslaan en naar de footer gaan Overslaan en naar de zoekbalk gaan Overslaan en naar de navigatie gaan

Blog | Speciale sectoren vereisen een specifieke aanpak (editie 2)

Blogreeks geschreven door mr. Pieter Smid, met inzichten over aanbesteden onder Deel 3 van de Aanbestedingswet.

In mijn vorige blog heb ik stilgestaan bij de vraag wat een onderneming tot een speciale sectorbedrijf maakt. "Een onderneming is een speciale sectorbedrijf (SSB) als zij voldoet aan de definitie daarvan in artikel 1.1 Aanbestedingswet 2012 (Aw), waarbij een voorwaarde is dat zij een ‘relevante activiteit’ uitoefent." Ik kom in een latere blog nog terug op de vraag wanneer er sprake is van een relevante activiteit, of een voldoende aan die relevante activiteit gerelateerde activiteit. 

In dit blog begin ik met de flexibiliteit en mogelijkheden die de positie van speciale sectorbedrijven met zich meebrengt bij het in de markt zetten van nieuwe opdrachten:

In hoeverre is op SSB’s het klassieke aanbestedingsrecht niet (persé) op dezelfde wijze van toepassing als op aanbestedende diensten die geen speciale sectorbedrijf zijn? En welke flexibiliteit levert dat potentieel op? 

trein nederland

Drempelwaarden

Voor opdrachten binnen de speciale sectoren gelden net als voor de klassieke overheidsopdrachten drempelwaarden waarboven Europees aanbesteed moet worden. Wel gelden deels andere drempelwaarden dan voor de klassieke overheidsopdrachten.

De procedurevoorschriften van deel 3 Aw gelden voor SSB-opdrachten waarvan de geraamde waarde – exclusief omzetbelasting – gelijk is aan of hoger is dan de (drempel)waarden zoals opgenomen in artikel 3.8 Aw. Dit artikel is een implementatie van art. 15 van de Europese Richtlijn 2014/25/EU.

Net als voor klassieke overheidsopdrachten is de verwijzing in artikel 3.8 Aw naar de drempelbedragen bij opdrachten van SSB’s dynamisch, dat wil zeggen dat deze drempelbedragen van tijd tot tijd worden bijgesteld.

De Europese Commissie kan deze bedragen op grond van art. 17 Richtlijn 2014/25/EU met een verordening aanpassen. De drempelbedragen worden door de Europese Commissie zo in overeenstemming gebracht met de drempelbedragen in de Overeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie inzake overheidsopdrachten (GPA). Iedere twee jaar vindt deze aanpassing plaats.

 

Verschillen tussen drempelwaarden klassieke overheden en SSB's 

Voor 2024-2025 zijn de relevante drempelwaarden voor klassieke overheden en SSB’s op grond van de Verordeningen Vo 2023/2495 en Vo 2023/2496:

  • In tegenstelling tot wat geldt voor de klassieke opdrachten o.g.v. artikel 2.2 lid 1 Aw geldt geen afwijkend drempelbedrag voor de door de Staat te plaatsen specialesectoropdrachten voor leveringen en diensten. 
  • De drempelwaarde voor werken is gelijk, maar voor de leveringen en diensten voor SSB’s geldt dus grofweg tweemaal de geraamde opdrachtwaarde als drempel. 
  • Voor zogenoemde SAS-diensten (sociale en andere specifieke diensten zoals onderwijs, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en enkele juridisch diensten) geldt ook een hogere drempel. 

Deze hogere drempels leveren op zichzelf dus al een ruimere en dus flexibelere toepassingsmogelijkheid voor enkelvoudig en meervoudig onderhands aanbesteden.  

De wens tot het ook tussentijds verhogen van de beleidsmatige – en op de Gids Proportionaliteit gebaseerde – drempels voor enkelvoudig en meervoudig onderhands aanbesteden, verschilt per SSB.

Speciale sectorbedrijven hebben overigens na het doorlopen van een onderhandse procedure anders dan de klassieke aanbestedende diensten de mogelijkheid om een aankondiging van de gegunde opdracht te publiceren op TenderNed. Deze publicatie verschijnt dan automatisch ook op TED (Tenders Electronic Daily). 

enegriepaal

Impact van drempelverhogingen

De tussentijdse aanpassingen (meestal verhogingen) van de drempelbedragen gaan – zowel voor de klassieke overheden als voor de SSB’s – niet gelijk op met de inflatie. Dat heeft dus tot gevolg dat feitelijk relatief steeds meer opdrachten onder de werking van de Europese aanbestedingsregelgeving (Deel 2 of Deel 3 Aw) vallen. Ook bij SSB’s dus. Dat betekent ook dat de (flexibelere) mogelijkheden van deel 3 Aw (t.o.v. deel 2 Aw) voor Europese aanbestedingen relatief steeds relevanter worden. Meer flexibiliteit bij specifieke opdrachten biedt immers meer mogelijkheden om goede keuzes te maken die leiden tot een effectieve, maatgerichte aanpak.

In mijn volgende blog ga ik in dat kader nader in op de uitsluitingsgronden en de geschiktheidseisen van Deel 2 en Deel 3 Aw.

 

Blogserie speciale sectorbedrijven

Mr. Pieter Smid is als advocaat gespecialiseerd in het aanbestedingsrecht. Hij heeft veel ervaring en affiniteit met aanbestedingsrechtelijke vraagstukken van speciale sectorbedrijven. In de serie blogs ‘speciale sectoren vereisen een speciale aanpak’ gaat hij in op diverse voor speciale sectoren relevante onderwerpen. 

energietranstitie
nieuws

Blog | Speciale sectoren vereisen een specifieke aanpak (editie 1)

Blogreeks geschreven door mr. Pieter Smid, met inzichten over aanbesteden onder Deel 3 van de Aanbestedingswet.

Lees meer over Blog | Speciale sectoren vereisen een specifieke aanpak (editie 1) Lees meer

Auteur blog: mr. Pieter Smid

Lees meer over Pieter Smid
foto pieter smid
foto pieter smid

Pieter Smid

Advocaat